80 · Makkī

عبس

Abasa·He frowned

✦ memorize this sūrah

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. عَبَسَ وَتَوَلَّىٰٓ﴿١﴾

    Hij fronste en keerde zich af

  2. أَن جَآءَهُ ٱلْأَعْمَىٰ﴿٢﴾

    toen de blinde man bij hem kwam.

  3. وَمَا يُدْرِيكَ لَعَلَّهُۥ يَزَّكَّىٰٓ﴿٣﴾

    Maar hoe kun jij het weten, misschien dat hij zich loutert

  4. أَوْ يَذَّكَّرُ فَتَنفَعَهُ ٱلذِّكْرَىٰٓ﴿٤﴾

    of zich Iaat vermanen, zodat de vermaning hem baat.

  5. أَمَّا مَنِ ٱسْتَغْنَىٰ﴿٥﴾

    Maar de zelfgenoegzame rijke

  6. فَأَنتَ لَهُۥ تَصَدَّىٰ﴿٦﴾

    aan hem wijd je alle tijd.

  7. وَمَا عَلَيْكَ أَلَّا يَزَّكَّىٰ﴿٧﴾

    Toch deert het jou niet dat hij zich niet loutert.

  8. وَأَمَّا مَن جَآءَكَ يَسْعَىٰ﴿٨﴾

    Maar wie op jou toe komt snellen

  9. وَهُوَ يَخْشَىٰ﴿٩﴾

    en daarbij vol vrees is,

  10. فَأَنتَ عَنْهُ تَلَهَّىٰ﴿١٠﴾

    aan hem schenk jij geen aandacht.

  11. كَلَّآ إِنَّهَا تَذْكِرَةٌ﴿١١﴾

    Nee toch, zij zijn een vermaning!

  12. فَمَن شَآءَ ذَكَرَهُۥ﴿١٢﴾

    Dus, wie wil denkt eraan,

  13. فِى صُحُفٍ مُّكَرَّمَةٍ﴿١٣﴾

    [geschreven als zij zijn] op vereerde bladen,

  14. مَّرْفُوعَةٍ مُّطَهَّرَةٍۭ﴿١٤﴾

    die verheven zijn en reingemaakt,

  15. بِأَيْدِى سَفَرَةٍ﴿١٥﴾

    met de hand van schrijvers,

  16. كِرَامٍۭ بَرَرَةٍ﴿١٦﴾

    die edel zijnen vroom.

  17. قُتِلَ ٱلْإِنسَٰنُ مَآ أَكْفَرَهُۥ﴿١٧﴾

    De mens kan doodvallen, ondankbaar als hij is.

  18. مِنْ أَىِّ شَىْءٍ خَلَقَهُۥ﴿١٨﴾

    Waaruit heeft Hij hem geschapen?

  19. مِن نُّطْفَةٍ خَلَقَهُۥ فَقَدَّرَهُۥ﴿١٩﴾

    Uit een druppel heeft Hij hem geschapen en toen heeft Hij zijn maat bepaald.

  20. ثُمَّ ٱلسَّبِيلَ يَسَّرَهُۥ﴿٢٠﴾

    Dan heeft Hij de weg voor hem gebaand.

  21. ثُمَّ أَمَاتَهُۥ فَأَقْبَرَهُۥ﴿٢١﴾

    Dan laat Hij hem sterven en begraaft hem.

  22. ثُمَّ إِذَا شَآءَ أَنشَرَهُۥ﴿٢٢﴾

    Dan, wanneer Hij wil, wekt Hij hem op.

  23. كَلَّا لَمَّا يَقْضِ مَآ أَمَرَهُۥ﴿٢٣﴾

    Welnee, hij heeft nog niets uitgevoerd van wat Hij geboden heeft.

  24. فَلْيَنظُرِ ٱلْإِنسَٰنُ إِلَىٰ طَعَامِهِۦٓ﴿٢٤﴾

    De mens moet maar eens zijn voedsel bekijken.

  25. أَنَّا صَبَبْنَا ٱلْمَآءَ صَبًّا﴿٢٥﴾

    Dat Wij het water in gutsen uitgieten,

  26. ثُمَّ شَقَقْنَا ٱلْأَرْضَ شَقًّا﴿٢٦﴾

    dan de aarde in voren openbreken

  27. فَأَنۢبَتْنَا فِيهَا حَبًّا﴿٢٧﴾

    en dan erin laten ontspruiten: graan,

  28. وَعِنَبًا وَقَضْبًا﴿٢٨﴾

    wijnstokken en voedergewassen,

  29. وَزَيْتُونًا وَنَخْلًا﴿٢٩﴾

    olijfbomen en palmen,

  30. وَحَدَآئِقَ غُلْبًا﴿٣٠﴾

    in dichtbegroeide boomgaarden,

  31. وَفَٰكِهَةً وَأَبًّا﴿٣١﴾

    vruchten en foerage,

  32. مَّتَٰعًا لَّكُمْ وَلِأَنْعَٰمِكُمْ﴿٣٢﴾

    als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee.

  33. فَإِذَا جَآءَتِ ٱلصَّآخَّةُ﴿٣٣﴾

    En wanneer dan de overdonderende komt

  34. يَوْمَ يَفِرُّ ٱلْمَرْءُ مِنْ أَخِيهِ﴿٣٤﴾

    op de dag dat de man voor zijn broer vlucht

  35. وَأُمِّهِۦ وَأَبِيهِ﴿٣٥﴾

    en voor zijn vader en zijn moeder

  36. وَصَٰحِبَتِهِۦ وَبَنِيهِ﴿٣٦﴾

    en voor zijn metgezellin en zijn zonen,

  37. لِكُلِّ ٱمْرِئٍ مِّنْهُمْ يَوْمَئِذٍ شَأْنٌ يُغْنِيهِ﴿٣٧﴾

    op die dag heeft elk van hen een zaak die hem bezighoudt.

  38. وُجُوهٌ يَوْمَئِذٍ مُّسْفِرَةٌ﴿٣٨﴾

    Gezichten zullen er op die dag stralend zijn,

  39. ضَاحِكَةٌ مُّسْتَبْشِرَةٌ﴿٣٩﴾

    lachend en verheugd.

  40. وَوُجُوهٌ يَوْمَئِذٍ عَلَيْهَا غَبَرَةٌ﴿٤٠﴾

    En gezichten zullen er op die dag zijn met stof erop

  41. تَرْهَقُهَا قَتَرَةٌ﴿٤١﴾

    en met grauwheid overdekt.

  42. أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْكَفَرَةُ ٱلْفَجَرَةُ﴿٤٢﴾

    Dat zijn zij, de ongelovigen, de overtreders.

Quran Translation Name: Leemhuis Translator: Fred Leemhuis Language: Dutch ID: nl.leemhuis Last Update: August 5, 2012 Source: Tanzil.net

Play surah